De Innovatiebox: extra fiscaal voordeel voor innovatieve ondernemers

25 mei 2021

Bent u bekend met de Innovatiebox? Dit is een waardevolle beloning voor ondernemers die (willen) innoveren. De regeling zorgt ervoor dat de winst die voortkomt uit eigen innovatie tegen een lager winstbelastingtarief wordt belast. De regeling kan echter redelijk complex zijn. De Innovatiebox specialist van Hezelburcht, Ielke van Ham, geeft in dit artikel antwoord op een aantal veelgestelde vragen over de Innovatiebox. 

Wat is de Innovatiebox precies en hoe groot is het mogelijke voordeel?

De Innovatiebox is een fiscale stimuleringsmaatregel voor bedrijven, waarmee de winst die voortkomt uit innovatieve activiteiten tegen een lager tarief vennootschapsbelasting mag worden belast. Het voordeel neemt toe naarmate meer winst wordt gemaakt en een groter gedeelte van de winst kan worden toegerekend aan de kernfunctie R&D. De betreffende winst uit eigen R&D kwalificeert voor de Innovatiebox zodra de kosten die samenhangen met de innovatie volledig zijn ingelopen. Als dat is gelukt hoeft slechts 9% vennootschapsbelasting te worden betaald. Ten opzichte van het marginale tarief van 25% vertaalt zich dat naar een belastingvoordeel van 16 cent voor elke extra euro winst uit eigen R&D.

Welke bedrijven komen in aanmerking voor de Innovatiebox?

Sinds 2017 maakt de Belastingdienst onderscheid tussen kleinere en grotere belastingplichtigen. Voor kleinere belastingplichtigen is een WBSObeschikking (S&O verklaring) voldoende om toegang te krijgen. Grotere belastingplichtigen dienen in aanvulling daarop te beschikken over een tweede ticket in de vorm van een geregistreerd gebruiksmodel ter bescherming van innovatie, zoals bijvoorbeeld een octrooi, kwekersrecht, programmatuur, of geneesmiddelen vergunning.

Handig om te weten: grotere belastingplichtigen kenmerken zich door een groepsomzet groter dan € 250 miljoen over de afgelopen vijf jaar of een bruto voordeel uit R&D van meer dan € 37,5 miljoen.

Wat is daarnaast de belangrijkste voorwaarde voor toepassing van de Innovatiebox?

De belangrijkste voorwaarde is dat de innovatie (deels) voor eigen rekening en risico is ontwikkeld. Alleen in dat geval is het mogelijk om te onderbouwen dat het ontstane immaterieel actief zelfstandig is voortgebracht en dat men hiervan het intellectueel eigendom bezit.

Hoe kan het beste worden geprofiteerd van de Innovatiebox?

Bij de aangifte vennootschapsbelasting dient een keuze te worden gemaakt uit twee opties: de forfaitaire benadering of een onderbouwd bedrag van de kwalificerende Innovatiebox winst. In beide gevallen is effectief sprake van een grondslagvermindering. Waar de grondslagvermindering bij de eerste optie beperkt is tot een maximum bedrag van € 25.000,- en een looptijd van 3 jaar, geldt deze beperking voor de tweede optie niet. Hiervoor dient wel een afspraak met de Belastingdienst te worden gemaakt. Een dergelijke op maat gemaakte afspraak wordt vervolgens vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, ook wel ruling genoemd. Met het afsluiten van een ruling kan vooraf zekerheid worden verkregen over de specifieke berekeningsmethodiek en het aantal jaren waarvoor deze methodiek mag worden gehanteerd.

Bedrijven met een eenmalige relatief kleine innovatie en een winstverwachting tot ongeveer € 200.000,- per jaar kunnen doorgaans prima toe met de forfaitaire benadering. Uitzondering hierop zijn bedrijven die voor het grootste gedeelte uit R&D bestaan of doorlopend gebruik maken van de WBSO-regeling. Voor deze bedrijven en bedrijven met een winstverwachting boven de € 200.000,- is het onderzoeken van een op maat gemaakte ruling de moeite waard.

Wat is de maximale looptijd van een ruling en kan deze na afloop worden verlengd?

De Belastingdienst mag bij het afsluiten van een ruling maximaal 3 toekomstige jaren overbruggen. Een ruling afgesloten in 2021 kan dus tot en met 2024 lopen. Voor jaren uit het verleden geldt dat de Innovatiebox in principe nog mag worden toegepast over alle jaren waarvan de aangifte vennootschapsbelasting nog niet definitief is vastgesteld.

Na afloop van een bestaande ruling kan een verlengingsverzoek worden ingediend en opnieuw een ruling voor meerdere jaren worden afgesloten. Er zal dan opnieuw een inventarisatie van de innovatieve activiteiten binnen de organisatie worden gemaakt om te controleren of en in hoeverre de winst die hieruit voorkomt nog steeds kwalificeert. In 2017 is bijvoorbeeld de wetgeving veranderd en bepaald dat innovaties van voor 2017 niet opnieuw kwalificeren en tot uiterlijk halverwege 2021 de tijd krijgen om uit te groeien. Uiteraard geldt dit niet voor eventuele doorontwikkelingen die na 2017 middels een WBSO project tot stand zijn gekomen.

Vanaf welk moment kan het beste worden gestart met een Innovatiebox traject?

Zodra winst wordt gemaakt met de innovatie is het verstandig om de mogelijkheden in kaart te brengen. Valt de keuze op de forfaitaire benadering dan is het belangrijk om vast te stellen dat aan alle voorwaarden en administratieve verplichtingen wordt voldaan. Uit de praktijk blijkt echter dat het in de meeste gevallen voordeliger is om een ruling af te sluiten. Om hier meer duidelijkheid over te verkrijgen voeren wij graag een haalbaarheidsanalyse uit waarbinnen meerdere scenario’s met elkaar worden vergeleken. Op basis daarvan kan vervolgens een weloverwogen beslissing worden genomen om wel of geen innovatiebox aanvraag bij de Belastingdienst in te dienen.

Een aantal handige tips

  1. Ten eerste is het van essentieel belang om de Innovatiebox tijdig te claimen! Dit kan door pro forma 1 euro in te vullen bij de Innovatiebox. Hiermee wordt voorkomen dat de Belastingdienst de aangifte definitief vaststelt en geen aanspraak meer kan worden gemaakt op de Innovatiebox.
  2. In het algemeen geldt: hoe directer het verband tussen de WBSO en de winst die hieruit voortkomt, hoe eenvoudiger het is om overeenstemming te bereiken over toepassing van de Innovatiebox. Wanneer bijvoorbeeld sprake is van gescheiden entiteiten voor ontwikkeling en verkoop van de innovatie kan dit ervoor zorgen dat het voordeel sterk wordt beperkt. Het vormen van een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting biedt in zo’n situatie vaak een veel betere uitkomst.
  3. Indien een deel van de R&D activiteiten wordt uitbesteed aan een buitenlandse vestiging dient eerst nog een zogenaamde nexuscorrectie plaats te hebben voordat de winst uit eigen R&D kan worden bepaald. Voor de berekening hiervan is het noodzakelijk om inkoop facturen te overleggen. Door R&D activiteiten apart te specificeren kan worden voorkomen dat de gehele factuur als uitgangpunt wordt genomen door de Belastingdienst.
Geschreven door
Corinne Moerman

marketing & communicatie

Corinne Moerman
Bron: Hezelburcht

De Innovatiebox is een waardevolle beloning voor ondernemers die (willen) innoveren.

Sparren?
Graag direct met Ielke van Ham of een van de andere Hezelburcht specialisten sparren over de mogelijkheden van de Innovatiebox?

Of bel direct naar: 088 495 20 00

Gerelateerd nieuws
Op de hoogte blijven van het laatste nieuws en events op HTCE en TU/e Campus? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.